Heidendom is de Oude Religie

Artikelindex

HerneHet Heidendom is de Oude en oudste Religie. De wortels liggen daar waar het menselijke ras ontstond. Hoe kunnen we de denkprocessen van onze paleolithische voor ouders begrijpen? We kunnen het nooit helemaal weten, maar ze hebben ons sporen nagelaten. Die sporen vinden we in grotschilderingen en afbeeldingen van prachtig getekende wilde dieren, vrouwenfiguren, jagers, zangers en vruchtbaarheidsbeeldjes. Ook in schilderingen van menselijke wezens. Soms figuren die doen denken aan hedendaagse sjamanen, zoals mannen in dierenhuiden met gehoornde hoofdtooien. Het oude volk was zich bewust van de krachten die in de natuur leven. Zij probeerden er gretig contact mee te krijgen en wilden ze gunstig stemmen. De goden die hun leven het meest beïnvloedden, bijvoorbeeld de goden van de jacht en van de velden, eerden zij. De Oude Religie omvat een breed spectrum van geloven, met inbegrip van de verering van godinnen en goden, helden, dieren, bomen, planten, heilige stenen en geesten.

Naarmate de maatschappij zich ontwikkelde, bedacht men complexere pantheons.

Heersende goden werden onderscheiden van goden van oorlog, van liefde, van landbouw en van de vele aspecten van het leven van de mens en de natuur. De heidense wereld,  waar de monotheïstische godsdiensten op stuitte, bevatte vele grote leringen en mysteries. Het was ook een wereld waarin in elke boom, steen en andere natuurverschijnsel entiteiten huisden. Voor sommigen was de natuur daardoor gewijd en heilig.

Oorspronkelijk was het woord 'heiden' in zijn Latijnse vorm een woord voor 'landman', wat gewoon inhield dat je een boerenkinkel was. In het begin van de verspreiding van het christendom was het christendom een godsdienst van de steden. Stedelijke christenen betitelden hun medeburgers die zich bij hun oude religieuze gebruiken hielden als heidenen. Duidelijk kenmerk van het heidendom was de verbinding met het ecologisch systeem, de natuur en haar seizoenen. Het heidendom werd ook wel de 'groene religie' genoemd. Er werd in harmonie met de natuur geleefd in plaats van haar te overheersen. Voor de heidenen was de aarde niet alleen dat wat het fysieke leven van het menselijke ras in stand hield. Ze was voor hen een levende entiteit. Ze was Gaia, de Grote Moeder.